online magazine

Naakte wortels

Over het werk van Franky Delaere




‘Keramiek wordt gemaakt door vrouwen en marginalen’, zegt kunstenaar Johan Creten. Waarom doet iedereen altijd zo moeilijk over dat materiaal, denk ik dan. Je zegt toch ook niet: dat is een acrylverfschilder, houtbeeldhouwer of een zwarte inkt graficus? Johan Creten is bekend als de kunstenaar die keramiek uit de ambachtelijke sfeer haalde. Zijn tentoonstelling Naked Roots in de zomer van 2018, bevestigde opnieuw de toonaangevende plek van keramiek in de hedendaagse kunst.




Keramiek is gebakken aarde, al dan niet geglazuurd. De klei is onlosmakelijk verbonden met handwerk en materie. Alleen al door de vorm, staat keramiek lijnrecht tegenover de Minimal Art of de Conceptuele kunst.

Deze twee kunstrichtingen waren populair in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. De nadruk op minimale ingrepen en het accent op het concept of het idee, dreven de keramiek nog verder in de richting van de toegepaste kunst.


Terug naar de wortels. Keramos betekent oorspronkelijk drinkbeker of aardewerken pot. Het werken met klei wordt ook toegepast in educatieve contexten, voor therapeutische doelstellingen of in creatieve workshops. We vinden in het academisch onderwijs een duidelijke scheidslijn tussen functionele en vrije of ambachtelijke en sculpturale keramiek. Wanneer kunstateliers voor mensen met een beperking in een context van welzijn opgericht worden, is keramiek dankbaar en bijzonder populair.


Een van de opvallendste ateliers is atelier De Beelderij in het centrum van Lichtervelde. Het atelier beweegt zich gewiekst gracieus op de grens van artistiek en sociaal, functioneel en sculpturaal.

Wanneer het atelier in 2015 in beeld komt in het TV- programma Iedereen beroemd, wordt vooral de joviale, gemoedelijke sfeer benadrukt. Het atelier is een satelliet van een grote voorziening in het West-Vlaamse Torhout. Een grafisch atelier en een atelier voor schilderkunst op de eerste verdieping van de huidige locatie in Lichtervelde, worden gecombineerd met een keramiekatelier, een winkel en een koffiehuis op het gelijkvloers.

Franky Delaere werkt dagelijks in De Beelderij. Hij maakt schapen voor de winkel en beelden voor zijn beeldhouwersplezier. Voor Bloedtest maakt hij een groot beeld in keramiek: de reus met het syndroom van Down.

In een tijd waarin een 3D–printer feilloos een post-fotografisch beeld van een persoon kan produceren, is het beeld van Franky een icoon in wording. Hij laat niets aan het toeval over. Hij forceert de klei niet maar lijkt ermee samen te werken. Franky vertrekt van een portret maar maakt een representatief symbool. De sculptuur neemt letterlijk de ruimte in. Als kijker kun je er haast niet omheen.


Ik kan niet anders dan de zekerheden loslaten en op zoek gaan naar de naakte wortels.

Ik bezoek de kunstenaar in zijn atelier en peil naar de gedachtegangen van de maker. Dit gesprek is anders. Het verschil begint bij mezelf: de manier waarop ik me voorbereid, de manier waarop ik binnen kom, de manier waarop ik ontmoet en de manier waarop ik weer vertrek.

Ik kan niet verder bouwen op de literatuur over het werk van Franky Delaere. Heel eenvoudig omdat er geen literatuur is. Geen kunstwetenschappelijke beschouwingen of recensies in het tijdschrift als H.ART. Geen interview in ‘Hilde vraagt’. Geen persoonlijke website van Franky Delaere om te doorgronden. Ik kan niet anders dan de zekerheden loslaten en op zoek gaan naar de naakte wortels.


Dit gesprek is anders. Het verschil begint bij het atelier. Geen groot ruim kunstenaarsatelier vol van beelden van een kunstenaar, zoals bij Johan Tahon. Geen groot atelier met assistentes zoals bij Koen Van Mechelen.

De Beelderij splitst zich op in een koffiehuis, een winkel, een keuken en diverse ateliers. Iedereen zit dicht op elkaar gepakt. Franky Delaere maakt zijn reus op een ruimte van maximum drie vierkante meter. Hij draagt soms een koptelefoon omdat de drukte om hem heen, de concentratie verstoort.


Nancy Demeyere heeft hem voorbereid op mijn komst en mijn vragen. Hij verwelkomt mij met een brede glimlach en verzekert mij dat hij fris gedoucht is en zich glad geschoren heeft. De artiest macho haalt duidelijk de bovenhand. We dwingen een hoek van de koffieruimte af om enigszins in rustige omstandigheden te kunnen praten. Eenmaal alleen, blijven we over met onze gedeelde nervositeit.


Ik voel mij kunstenaar omdat ik veel talenten heb.

Maar een kunstenaar blijft een kunstenaar. Franky kijkt mij doordringend aan en zegt: ik voel mij kunstenaar omdat ik veel talenten heb. Baf. Recht toe rechtaan. Ik luister.

Franky Delaere vertelt hoe hij in 2001 terecht komt in het atelier. Hij werd gek van het bandwerk in de fabriek. Zijn eerste beeld was een dier, een grote olifant. De olifant noemt Stan en die werd meteen verkocht. Hij vertelt ook hoe hij met klei leerde werken in ’t school, hoe hij naar de crea ging en een tentoonstelling had in Groenhove in Torhout.

Op zijn manier vertelt hij over de ontdekking van wat hij graag doet: door dat bandwerk wist ik niet dat ik dat goed kon. Zijn talent ‘zat weggestoken’.

Hij maakt het liefst mensenfiguren. Hoe groter hoe beter.Het maken van de reus met down is een grote uitdaging.


Hij toont mij zijn beelden: een varken, een schaap, een kabouter. Elk beeld is expressief, krachtig én anders. De mensenfiguren verraden een grote zin voor detail, een aandachtig waarnemen van de wereld. Franky toont me de wenkbrauwen, de geprononceerde neus, de mond en het detail van de achterzakken op de short van de man - maquette voor de grote reus.


Ik vraag hem wat dat is kunstenaar zijn. Waar hij zijn inspiratie vandaan haalt en of hij graag kunstenaar genoemd wordt. En waarom? Hij vertelt over een talent dat iemand anders niet heeft, hoe hij zichzelf als collega van Geert Roygens beschouwt. Geert is ook beeldhouwer, werkt met keramiek, maakt uitzonderlijke grote installaties. Geert springt af en toe binnen in het atelier. Hij geeft soms tips over de stabiliteit van de reus.

Franky beschrijft in detail hoe inspirerend het is om een tentoonstelling te bezoeken, maar dat het niet de bedoeling is dat je het werk van iemand anders kopieert. Het werk moet uniek zijn. Een kunstenaar is iemand die gaan seriewerk maakt en een eigen stijl heeft.


Franky Delaere werkt naar foto’s, liefst zoveel mogelijk detailfoto’s. Hij bestudeert die foto’s. Kijken en opnieuw kijken. Altijd anders, altijd nieuw.

Mensenfiguren maken kan hij als geen ander. Maar de reus is anders. Dit is een portret van Kobe Wyffels. Meestal maakt hij zelfportretten. Het gezicht van Kobe is helemaal anders. Hij kan er niet aan doen. Kobe is een geestigaard. Hij is net als Jan’tje. Jan’tje is collega van Franky in De Beelderij.


Als het lukt dan ben ik; G E L U K K I G.

Franky beschrijft uitvoerig hoe een goed werk maken geen sinecure is. Het geeft een zekere stress. Ik voel mij het best als een beeld gelukt is. Als het lukt dan ben ik gelukkig. Hij articuleert uitdrukkelijk elke letter: G E L U K K I G.

Het is moeilijk bescheiden te blijven, zegt Franky met een grote glimlach. Als ik iets gemaakt heb, wil ik wel dat mijn naam vernoemd wordt. Een eigen stijl is belangrijk. Ik maak mijn beelden zelf. Ik wil eigenlijk dat ze perfect zijn. In elk beeld zit iets van mezelf. Het is nu een uitdaging om niet weer een zelfportret te maken. Dat is ijdelheid. Maar je moet jezelf graag zien om iemand anders ook graag te zien.

Ik heb veel gevoelens maar het gevoel van een beeld maken is iets anders. Daarvoor heb ik inspiratie nodig. Alleen met inspiratie kun je dingen maken. Geen inspiratie, dan blokkeer ik. Mijn droom is om een eigen atelier te hebben en ‘s avonds te kunnen voortwerken. Ik zou graag tussen al mijn beelden leven… Ik zie alles groot!



Els Vermeersch