online magazine

Als ik ’s avonds naar bed ga, lig ik erover na te denken

Alida Schaap


Oermodel

In de Walking Opera daalt Collectief Onderland letterlijk af in de buik van de wereld. Op een eigenwijze manier bezingen ze de aardmoeder, het archetype van het levensbegin. In de afbeelding hierboven worden we geconfronteerd met iets wat lijkt op een heel opmerkelijk oermodel. Het archetype van de moeder-beschermer in de vorm van een drachtig dier met een wel heel ongewone foetus. Getekend, Alida Schaap.

Het drachtig roofdier beheerst het schilderij. De tijgerin houdt halt en staart de kijker aan. In profiel staand met haar kop frontaal gedraaid, kijkt ze je recht in de ogen.

Menselijke foetus

Het doet even denken aan een beeld van een katachtige in zijn habitat, gecapteerd vanuit het standpunt van een jachttoerist die plaatjes schiet vanop een veilige afstand. Maar veeleer lijkt het roofdier gevangen in een artificieel kader, iets als een zoölogisch park. Dat merk je aan de gekunstelde trapvormen en rotsformaties verspreid over de oppervlakte. De omgeving is verder sierlijk getooid in semi-abstracte vormen en een rijk kleurengamma, waaronder een ondefinieerbare, meanderende zwart-groene band gevuld met rood-wit-blauwe stippen.

Van dieptewerking kan je niet echt spreken. Een achtergrond is nauwelijks aanwezig; anders gesteld, de derde dimensie is zoek. Enkel het zonnetje in de rechter bovenhoek scheurt zich los en doet verwoede pogingen om de blauwe hemel alsnog naar het achterplan te trekken. Het beeld is letterlijk tweedimensioneel en het dier zit behoorlijk ingemetseld in zijn omgeving.

Het roofdier valt niet op door het feit dat het zich naar voren dringt. Het onderscheidt zich niet van de rest van het tafereel door kleurinstensiteit, scherpstelling, licht-donker en andere vormelijke middelen die een hiërarchie binnen het beeld kunnen bewerkstelligen. Als er al van een hiërarchie binnen het beeld sprake is, dan komt die tot stand door de foetus – of spreken we niet beter over de volgroeide baby – in de buik van de tijgerin. Vooraleer de vraag zich opdringt wat een menselijke foetus in een tijgerbaarmoeder doet, wordt onze aandacht in een eerste oogwenk gewekt door de fijne tekening van dit onderdeel. De baby is neergezet in fijne omtreklijnen. Een tikkeltje uit het centrum van de bladspiegel gepositioneerd, vormt die het hart van het werk.

Talent en motivatie

De kunstenaar, Alida Schaap (°1960), is geboren en getogen in het Haagse Zeeheldenkwartier, een inmiddels levendige woonwijk die op de stadskaart werd gezet aan het einde van de 19e eeuw. Na haar schoolperiode kwam zij als inpakster terecht in een sociale werkplaats. Spijts haar sluimerende behoefte aan meer creativiteit, bleef ze door het afstompende bandwerk op haar honger zitten. Alida’s frappante scheppingsdrang dreef haar vervolgens naar theaterwerkplaats Eskalibur van Stichting de Compaan, die mensen met een verstandelijke beperking ondersteunt op het gebied van wonen en werk.


Maar ook het theater bleek niet de juiste werkplek te zijn en in 1994 begon zij op Atelier de Haagse School dan maar met haar eerste tekenlessen. Het atelier maakt eveneens deel uit van De Compaan en is een werkplaats en opleiding voor kunstenaars met een verstandelijke handicap. Het is gevestigd aan het Westeinde in Den Haag, een straat met veel kunsthandels en galeries. Kortom een kunstenaarswijk die prikkelt en beweegt, en waar gezelligheid troef is. Wat best aangenaam is voor kunstenaars in volle bloei, hun beïnvloeding en de algemene perceptie van buitenaf. In de loop der jaren heeft Alida Schaap onder invloed van deze plek dan ook een indrukwekkend oeuvre ontwikkeld en een bloeiende carrière uitgebouwd.


‘Zorgen voor’ werd er doelbewust omgeruild voor ‘zorgen dat’, waarmee duidelijk wordt dat in de visie van de Stichting het scheppen van een context voorop staat.

Om er als student toegelaten te worden, moest ze helaas wel beantwoorden aan de indicatie ‘verstandelijke handicap’, maar daarnaast – en gelukkig niet in het minst – waren talent en vooral motivatie de grootste criteria. Het potentieel, de kiem bleek bij Schaap meer dan aanwezig, zowel in haar vormtaal als verbeelding.


Zoals alle kunstenaars in opleiding volgde Alida er een individueel leertraject, geleid door kunstenaars-docenten. Dat traject had niks van doen met een behandelingsmethode. Gelukkig primeerde het doel op het middel. Door deze visie werd het werk van meetaf aan bovenuit het niveau van de bezigheidstherapie getild. ‘Zorgen voor’ werd er doelbewust omgeruild voor ‘zorgen dat’, waarmee duidelijk wordt dat in de visie van de Stichting het scheppen van een context voorop staat.

De opleiding voltrok zich gradueel: van basiskennis tot het ‘schilderen voor gevorderden’, om het eens in bestofte, onderwijzende termen te formuleren. Maar gaandeweg werden er ook workshops van ‘reguliere’ kunstenaars geïntegreerd in het pakket, wat het bewustzijn, het inzicht en de vrije wil van de aspirant-kunstenaars ook bevorderde.


Eigenlijk doorliep ze een semi-zelfstandig traject. Eerder dan lessen volgen, consulteerde ze de docenten. Daarbij werden steeds alle stappen in de artistieke ontwikkeling bevraagd. Bij elk obstakel of elke twijfel werden haar open vragen gesteld, en dat met de bedoeling zelfregulering te ontwikkelen. Zo bepaalde zijzelf welke kant ze opging, wat duidelijk positieve sporen achterliet.

De eerste prijs

Alida Schaap nam regelmatig deel aan kunstprijzen, tentoonstellingen en kunstbeurzen in binnen- en buitenland. En met succes! Zo kaapte ze in 2000 de eerste prijs van de Euward weg. De Euward is een tweejaarlijkse Europese kunstprijs voor schilderkunst en grafiek. Het doel daarbij is om de kunst van zogenaamde ‘buitenstaanders’ een professioneel forum aan te bieden, hen in de media te promoten en de duurzaamheid van hun oeuvres in de kijker te zetten. En zo geschiedde. Deze triomf genereerde tentoonstellingskansen. Kort daarop kon Alida Schaap haar werk tentoonstellen in zowel een galerie in München als op de Worldexpo 2000 in Hannover. Een tweetal jaar later was haar werk ook te zien in Berlijn, Amsterdam en op een Outsiders Art Fair in New York.

Vol lust en humor

Het figuratieve werk van Alida Schaap is heel rijk aan kleurschakeringen en welbeheerste vormen. Het laat materiekennis, compositietalent en durf zien. In het schildersjargon spreken we dan over ‘picturale’ kwaliteiten.


Haar thema’s ontleent zij aan herinneringen, persoonlijke ervaringen en diepgekoesterde wensen. Basale emoties en clichés gebruikt Alida heel direct in haar werk, waardoor het terzelfdertijd banaal en ontroerend kan overkomen. Over Alida’s omgang met beelden schrijft kunsthistoricus Hans Peter Rosinski: ‘het werk is altijd even eigenzinnig, vol lust en humor, waardoor het de toeschouwer op het eerste gezicht zou kunnen ontgaan hoe doordacht en complex zij bepaalde thema’s verwerkt’.

De markante ontwikkeling die zij in Atelier de Haagse School doormaakte, leidde tot steeds gevarieerder werk. Haar materiaalgebruik is eerder onconventioneel, het gaat verder dan het traditionele teken- en schildermateriaal. Ook stoffen, diverse behangsoorten, inpakfolie, hout, touw en karton vormen mee de ingrediënten van haar werk. Haar voorkeur evolueerde met andere woorden in de richting van mixed media en collages. Maar dit ging nooit ten koste van haar stilistische en heldere stijl.

Fascinaties

Het werk van Schaap laat een fascinatie voor bepaalde onderwerpen zien. Zo vormt de dood een van haar favoriete thema’s. In 1997 maakte ze er een serie schilderijen en tekeningen over, gebaseerd op een eigengemaakte fotoreportage over begraafplaatsen en uitvaartcentra. Deze fascinatie komt voort uit de tragische gebeurtenissen die zij van heel dichtbij meemaakte. Ze verloor haar vader, zus en een collega uit het atelier. Het portret van haar overleden vader bijvoorbeeld, vindt ze dan ook het beste werk dat ze ooit maakte. Het houdt de herinnering aan hem levend.


Ook gevaar kan met haar werk geassocieerd worden. Haar favorites zijn dan ook roofdieren zoals haaien, roofvogels, wurgslangen en leeuwen. Of tijgers zoals in het werk, hierboven beschreven. Ze vindt ze mooie beesten en vindt het – jawel – spannend als dieren zo sterk zijn dat ze andere dieren kunnen doodmaken. Zowaar een obscuur kantje maar de wet der natuur.


Een ander terugkerend thema van Alida is pornografie. Gedurende een samenwerkingsproject met Theater De Trust in Amsterdam raakte ze geïnspireerd door een karakter uit een theatervoorstelling. Het betreft de heer Bock uit ‘De bruiloft van Canetti’, een toneelstuk dat Elias Canetti schreef in 1932. Deze groteske satire, bevolkt door hebzuchtige, cynische en apathische personages, waarin maatschappelijke verpaupering, seksuele begeerte en verstoorde relaties hoogtij vieren, vormde de drager van een serie werken. Het was trouwens met die reeks, waarin ze met enige fantasie de heer Bock tot eigenaar van een seksshop transformeerde, dat ze de Euward 2000 won.

Alida Schaap geeft aan de personages een wending. In het geval van die enge en gemene heer Bock, laat ze heel even de moraal spreken maar tegelijkertijd laat ze zich graag drijven op de onderbuikhumor, het vrije vertier. ‘Ik vind het leuk om over seks te tekenen. Het is spannend, gevaarlijk en vooral ook heel grappig’, verantwoordt ze in een interview haar keuze.


‘Mijn hobby is naar de rommeltjesmarkt gaan. Mijn kamer staat vol met spulletjes die ik op de markt heb gekocht, zoals knuffelbeesten en spaarvarkens. En waar ik het meest trots op ben, is een gieter in de vorm van een penis. En met Piet, met wie ik in 2008 trouwde en samenwoonde, tap ik ook altijd schuine moppen. Dan hebben we echt lol samen’, zo vervolledigt ze enkele jaren later.

Helaas duurde de lol niet lang. Piet werd ziek en na een lang ziekbed is hij in 2012 overleden. Dat was een erg heftige periode voor haar. Haar omgeving uit veel bewondering voor het feit dat ze zich er ondanks alles goed doorheen heeft geslagen.


De vreemde combinatie en fantasie daargelaten, ligt de klemtoon vooral op de vurige kinderwens die erachter schuilt.

Alida had Piet leren kennen in de periode dat de roes van de roem van de EUWARD was gaan liggen. Dat cultiveerde haar fascinatie voor baby’s en bevallingen alleen maar, wat resulteerde in nieuwe werken rond baby’s, zoals die ene reeks, speciaal voor een solotentoonstelling in Zaandam gemaakt. Ongewild lokte die controverse uit: vooral de verwerking van menselijke foetussen in de baarmoeder van wilde dieren, zoals het hier beschreven werk met de tijger, werd door sommigen als schokkend ervaren.

De vreemde combinatie en fantasie daargelaten, ligt de klemtoon vooral op de vurige kinderwens die erachter schuilt. Alida raakte ook verknocht aan kinderen. Ze vindt het bijvoorbeeld heel leuk om met kinderen te werken. Bijgevolg wekten bruiloften, kinderen en baby’s haar aandacht meer en meer. Veel mensen om haar heen kregen overigens kinderen.


‘Ik had best samen met Piet, mijn verloofde, een kindje willen hebben. Maar dat kan niet meer want ik ben te oud’, zo stelde ze toen. Desondanks bleven bevallingen haar fascineren.

Ze maakte er toen niet zelden werken over, waarin ze de rollen omkeerde en haar wens projecteerde.


Zo doken portretten van mensen uit haar dagelijkse omgeving meer en meer op in het werk van Alida. Vanuit een oefening in portrettekenen en het werken aan zelfportretten kwam ze op dat idee. Middels een zelf ontwikkelde techniek, met behulp van de computer of het kopieerapparaat, transformeerde zij foto’s van baby’s, verloofde Piet, en haar woon- en werkbegeleiders in haar fantasierijke schilderijen.


Daarin eiste ook haar andere grote liefde – haar Platonische liefde Frans Bauer – een niet onbelangrijke rol op. Zeer markant zijn de combinaties met de charmezanger en de rollen die hij daarin vervult: Alida en Frans verkleed als echtpaar uit Volendam, Alida als moeder van kleine Frans en Alida als baby in de armen van de trotse vader Frans Bauer. Ook in het boekje over Frans Bauer, ontstaan tijdens een workshop illustratie, komt de humor duidelijk naar voren. Zo zien we haar terug als moeder van kleine Frans, maar ook als moeder van zijn kinderen en zelfs als trotse oma van twee kleinkinderen.


Haar relatie met haar verloofde Piet kreeg een doorslag met de relatie met Frans. En die tweeledigheid of vermenigvuldiging vond zijn oorsprong in de vurige wens om te trouwen. Het is alsof haar artistieke werk haar wens dichterbij kon brengen.


‘Frans Bauer is mijn grootste idool.”, vertelde ze ooit. “Hij staat altijd klaar voor anderen, vooral voor gehandicapte kinderen. Mijn neefje is ook gehandicapt, dus daarom weet ik dat. Verder vind ik hem gewoon een heel lekker ding. Z’n liedjes zijn leuk, hij heeft mooie kleding aan. Ik draag hem altijd bij me op mijn schouderblad. Ik heb een foto van hem op mijn schouder laten tatoeëren. Betaald van het geld dat ik met de Euward heb gewonnen’.

Ideeën en ambities

Alida Schaap had altijd al ambities. Daarom werd steeds veel van haar verwacht. Al die tijd bleef ze haar aspiraties, hoop en wil om haar thema’s te verdiepen en er nieuwe aan te snijden, debiteren. Ook al werden een aantal verwachtingen niet ingelost en draagt ze emotionele lidtekens, haar diepgekoesterde wensen baarden hoogwaardige kunst.

Inmiddels is ze een stuk ouder geworden en de afgelopen jaren wat minder ambitieus en productief. Wat niet betekent dat de motor sputtert. Integendeel, thans wisselt ze het schilderen af met het maken van keramiek. En het oeuvre staat er en blijft resoneren. En naar eigen zeggen is ze in haar hoofd nog altijd bezig met haar werk. ‘Tot op vandaag, als ik ’s avonds naar bed ga, lig ik erover na te denken’. Al bij al vormen al deze onderwerpen, en bij uitbreiding haar hele consistente oeuvre, een wezenlijk bestanddeel van haar leven. Niet meer weg te gommen.