online magazine

De kunst om op de tanden te bijten

Marc Bryssinck


Marc Bryssinck werkte in 1987 als muzikant mee aan de voorstelling “Tussenbeide” van Theater Stap. Hij verloor zijn hart aan de werking, zat het decennium erna op verschillende stoelen tot hij begin jaren 90 de artistieke leiding van het gezelschap toevertrouwd kreeg.




Toen Els me vroeg om een bijdrage te schrijven over mijn drijfveren dacht ik: shit je pakt mij op een slecht moment. Ik voel mij moe, verward, machteloos of op zijn minst vertwijfeld. Een leven lang, gepassioneerd met kunst bezig zijn. Wil ik iets schrijven waarop ik in de toekomst met tevredenheid kan terugblikken, dan moet ik afstand kunnen nemen en ik voel dat die er op dit moment te weinig is. Ik kan haar een vriendelijke mail terug sturen en zeggen dat ik de juiste woorden nu niet vind.


Maar is het niet de kunst om op momenten van kwetsbaarheid op de tanden te bijten.

Maar is het niet de kunst om op momenten van kwetsbaarheid op de tanden te bijten en juist dat moment aan te grijpen om er iets kunstigs rond te maken? Iets kunstigs – rond. De taal haalt het zo hard onderuit. Of benoemt het gevoel van relativiteit en onmogelijkheid om een essentie vast te houden, al was het maar voor even.

Het klimaat verandert.


Ever failed, fail more, fail better.

Beckett had het niet over die misstap waarna je terug recht krabbelt : what doesn’t kill you makes you stronger. De conclusie van Beckett was minder troostend. Hij had het over een permanente staat van pogen en mislukken. Waar is die lijst met zware beroepen? Want een artistieke ziel is gevoelig en teer en er zal vaak op getrapt worden. Er is veel burn-out in de artistieke sector die weinig aandacht krijgt. Die is niet toe te schrijven aan de hindernissen die we op ons artistieke pad tegen komen. Met de ontgoochelingen en frustratie die bij het “vak” horen hebben we ons verzoend.

Wat anders is dan in de pioniersjaren van Theater Stap is het klimaat. In de jaren ’80 werden grote gemeenschapscentra gebouwd. Die grote zalen waren meermaals uitverkocht Er zaten honderden mensen aan de andere kant van het land reikhalzend uit te kijken naar onze passage. Niet wetend wat te verwachten maar met open vizier.


“Mag kunst nog nutteloos zijn en daardoor juist uitzonderlijk?”

Die publieksinteresse en die ontvankelijkheid hebben de laatste jaren een lelijke knauw gekregen. “Kom uit jullie ivoren toren” roept iemand. “Wees laagdrempelig” voegt die er nog aan toe. “Zoek andere vormen, schud die oubolligheid van jullie af” roept een ander. “We hebben jullie niet meer nodig” roept nog iemand anders “jullie gebruiken de subsidies alleen maar om jullie zelf te horen raaskallen. Jullie linkse recepten en discours zijn niet meer van deze tijd.” Iemand ziet nog een kans: “Wees relevant, heel een gebroken samenleving. Het artistieke zal sociaal zijn of het zal niet zijn.” Een enkeling merkt op: “Mag kunst nog nutteloos zijn en daardoor juist uitzonderlijk?” De kakafonie is compleet. De verdachtmakingen legio.

Er is een nieuwe regering die cultuur in het vaandel draagt. Maar wat wordt binnenkort nog ondersteunt en wat niet meer? Is er nog een draagvlak voor wat echt anders is, weerbarstig ook, controversieel, voor wat nog heel pril is en wil groeien. Er hangt ontegensprekelijk een schaduw over de toekomst. Waar gaat Theater Stap staan binnen een paar jaar? Ooit komt dat moment waarop je het project aan jonge mensen wil toevertrouwen. En je hoopt dan een mooi, goed geolied en fel gewaardeerd theatergezelschap over te dragen.

Mijn droom is op het podium staan.




Als individuele artiest je staande houden is voor velen super zwaar. Ik heb het geweldige voorrecht om met de Stappers te mogen werken. “Het is mijn droom om op het podium te staan” zegt een acteur met een mentale beperking. In de voorbije 35 jaar stonden de Stappers op podia in Vlaanderen, Europa en ver daarbuiten. Ze flaneerden op de rolde lopers en vielen in de prijzen op filmfestivals. Van die tienduizenden toeschouwers die onze spelers live aan het werk zagen, kwamen er velen na de voorstelling zeggen dat ze oprecht ontroerd waren. En als we geen gemeenschappelijke taal spraken dan was er die handdruk en die blik waaruit zoveel dank sprak. We doen iets wat volstrekt nutteloos is maar heel erg nodig en waardevol. We geven elkaar een fijne job, we banen voor elkaar een pad, en als dat pad dan leidt naar Nieuw Zeeland of Iran, denk ik, mijn god waaraan heb ik dit verdiend?

Verlangen


At last I’m free, I can hardly see
in front of me.

Robert Wyatt


We weten niet wat de volgende jaren brengen maar dat maakt het uitdagend en spannend. Alles wordt geboren vanuit geloof en verlangen. Zolang we dat niet kwijtspelen kunnen we veel aan.

Dus maken we een nieuwe voorstelling die “De Waarheid” zal heten. Geen eenduidige waarheid, geen finaliteit. “De Waarheid” is de 51ste voorstelling van Theater Stap, het 51ste puzzelstukje dat we toevoegen aan het grote verhaal. De doos is zoek. We hebben geen voorbeeld. We volgen onze intuïtie. We hebben wel al heel mooie kleurrijke partijen gelegd waarvan we vermoeden dat die in het centrum horen en wat andere eilandjes hier en daar. Nu zijn we mogelijk weer een tijdje bezig aan de rand.


Het is even moeilijk voor een dichter over poëzie te spreken als voor een plant over tuinbouw.

Jean Cocteau


We gaan ons hoofd niet breken over hoeveel stukjes de Stap-puzzel heeft. Laat ons, samen met u, genieten van het puzzelen, hier en nu.



Marc Bryssinck