online magazine

Speldeprikken

Over het werk van Tom Poelmans




Sedert november vorig jaar vormt schilder Tom Poelmans een duo met Klaus Compagnie. Als een van de Camerata Artista werkt het duo op vrijdagen samen in het Museum dr. Guislain. Een picturale kruisbestuiving die de verwachtingen niet zozeer inlost als wel ver overtreft. Hoe gedragen Tom Poelmans en zijn werk zich in deze constellatie? We peilen naar zijn gedachten.

Volbloed



Schilder Tom Poelmans (°Duffel, 1984) is wat we kunnen noemen een volbloed schilder. Maar wat betekent dat, een volbloed schilder? Is niet elke schilder er een? Zijn er dan bepaalde erfelijke eigenschappen aanwezig die deze kunstenaar onderscheiden van anderen binnen zijn domein? Bestaat er ook iets als een mediakunstenaar pur sang?

Voor een multi-disciplinair kunstenaar lijkt dit alvast niet op te gaan, gezien zijn gespleten keuze die een zuiver label ontwijkt. Dat het categoriseren een tool vormt om het bos door de bomen te zien, is aannemelijk. Dat labelen vanuit kunsthistorisch perspectief een handgreep biedt aan kunstwetenschappers die tijdperken en tijdsgeesten in kaart brengen, helpt het heden te begrijpen en richting geven, afgetoetst aan de stroming van de geschiedenis. Maar het erkennen van de volbloed schilder insinueert dan weer een opdeling in types en rangordes. Dit levelen is van een wankele orde. Temeer uit een gesprek met Tom Poelmans blijkt dat hij nu net een kunstenaar is die lak heeft aan etikettering. Maar toch.

Gepokt en gemazeld in het schilderbedrijf

Doorheen de conversatie met Tom valt er evenwel iets te zeggen over het volbloedtype schilder dat hij is. Ooit koos hij voor dat medium en stortte zich daarop, verbeten en onverstoorbaar. Als kunstenaar sloot hij een pact met de schilderkunst. Till the end, zo blijkt tot dusver.


Gebeten door de fratsen en eigenschappen van verf op een drager. Al doende wil hij alles te weten komen over de schilderkunst, haar geschiedenis en praktijk.

Of we draaien de rollen om en we leggen de verantwoordelijkheid voor die verknochtheid bij het medium zelf, dat de controle overneemt. Ofte de kunstenaar bij zijn nekvel neemt tot er geen ontkomen meer aan is. Met andere woorden blijkt Tom Poelmans, ondanks zijn relatief jonge leeftijd, gepokt en gemazeld te zijn in het schilderbedrijf, gebeten door de fratsen en eigenschappen van verf op een drager. Al doende wil hij alles te weten komen over de schilderkunst, haar geschiedenis en praktijk. Maar hij is er een die zich al even graag laat ringeloren door die weerbarstige verf en haar wetten. Kortom, een zoeker die in de ban raakt van één discipline en ze daardoor in leven houdt.

Poelmans laaft zich gretig aan de grote traditie van de schilderkunst. Maar tegelijkertijd schept hij er genoegen in om met het klassieke medium een loopje te nemen. Spelenderwijs en met een (ogenschijnlijk) gemak hertaalt hij die traditie. Je moet wel een soort bloed door je aderen stromen hebben om er heilig in te geloven. Rotsvast en onwrikbaar.

Picturaal niemandsland

Tom Poelmans voelt niet de noodzaak om met zijn werk te voldoen aan de algemene artistieke verwachtingen. Dat brengt hem toch maar in een keurslijf en daarom valt hij liever terug op zichzelf. Hij is zich wel terdege bewust van het hybride karakter van veel hedendaagse kunst, maar laat die zijn gang gaan en vertrouwt ondertussen op zijn eigen spoor: dat van de schilderkunst, schommelend tussen een anachronistische rariteit en een strijdlustig medium met diepe wortels dat zijn troeven hardnekkig verdedigt.

Bij dit alles blijft Tom rustig. Hij is geen druktemaker en kent geen profileringsdrang als actueel kunstenaar. Het drijft hem allerminst tot grote statements.




‘Zijn schilderijen fungeren als picturale speldeprikken bij de tradities van de schilderkunst, maar lijken te ontsnappen aan elk conceptueel of picturaal kader’, zo staat te lezen in een persbericht n.a.v. zijn tentoonstelling in CC De Garage in Mechelen (2018).

Op de vraag hoe hij zich verhoudt tot de rest van het schildergild, ziet hij zichzelf niet als een hedendaagse schilder. Die ambitie is voor hem geen must. Om ‘stijl’ lijkt hij zich alvast niet te bekommeren. Om pure esthetiek al evenmin. Hij opereert dan ook in een soort picturaal niemandsland. ‘Repetitieve, abstracte, haast pijnlijke ‘decoratieve’ composities duiken op naast hyperfiguratieve scenes’, vermeldt datzelfde persbericht.



werven door de schilderkunst

Op de vraag hoe hij zichzelf dan wel omschrijft, antwoordt Tom dat hij een intuïtief schilder is. Dat reikt verder dan het buikgevoel waarmee weinig gezegd is. Intuïtie zien we beter als een koppeling van visuele en mentale sensitiviteit, empathie, kunde, kennis en ervaring annex herinnering. Vanuit die ingesteldheid en met die skills maakt Tom Poelmans zijn werk.

Daarbij is zijn beeldenarsenaal behoorlijk breed. We kunnen spreken van een zeker eclecticisme. Zwervend door de schilderkunst graait Tom zoveel mogelijk beelden mee om te overleven: om zijn schilderhonger te stillen en wederom aan te zwengelen. Omdat het moet. Omdat het een noodzaak is. En omdat het bovendien leuk aanvoelt.

Naast abstracte beelden en patronen raakte hij recent meer en meer gefascineerd door de weergave van de menselijke figuur in beelden uit de Middeleeuwen en de vroege Renaissance. Poelmans absorbeert en verwerkt die beelden op een heel vrije manier. Ze vormen een alibi om te schilderen en te experimenteren met het erfgoed.


‘Het zijn prikkels die mij op weg zetten en me constant beïnvloeden in een soort kettingreactie’

In zijn atelier hangt het vol met werken – lees: prints van andere schilders – die de grondstof vormen van waaruit hij vertrekt. ‘Het zijn prikkels die mij op weg zetten en me constant beïnvloeden in een soort kettingreactie’, stelt hij. Uitgangsbeelden en thema’s fungeren als input maar die worden in één beweging naar de hand van deze charmante vrijbuiter gezet. Figuratief werken ontspant hem bovendien. Het biedt hem een kapstok en hij moet er minder bij nadenken.

We praten over het proces, het traject dat een volbloed schilder telkens loopt, over bulten en spelonken. Hierbij wordt duidelijk dat hij nooit vertrekt vanuit een voorstudie maar wel een plan in het achterhoofd heeft. Dit plan is niet minder dan een structuur die hij hanteert, die richting geeft aan wat eerst moet ondernomen worden en wat daarop moet volgen. ‘Een stappenplan zoals in zovele sectoren?’, daag ik hem met een knipoog uit. Hij glimlacht.

Poelmans vindt nu net de ontoereikendheid van dat plan eerder een geschenk dan een euvel. Uit ervaring weet een vorser dat het meestal anders loopt omdat er zich onvoorziene omstandigheden voordoen. En wat valt er te zeggen over de omstandigheid Klaus Compagnie?

Snelle visuele communicatie



Hij houdt van de kunst uit de Middeleeuwen en schildert zoals hij praat: in een ruk door, zonder leestekens en pauzes.

Schilderen met Klaus radicaliseert zijn visie. Het zet zijn act in een hogere versnelling. Klaus heeft niet echt weet van het hedendaagse kunstlandschap. Het zal hem worst wezen. Hij houdt van de kunst uit de Middeleeuwen en schildert zoals hij praat: in een ruk door, zonder leestekens en pauzes. Nee, zijn hoofd staat nooit stil, maar dat malen valt nooit samen met de act.

Dat levert stof tot nadenken op. Tom leerde tijdens deze samenwerking om vooral niet na te denken. Het schilderproces met zijn diffuse scheidingslijn tussen denken en doen, analyseert hij als een input- en outputfase met daartussenin vele vragen.

Eerst is er de input en tenslotte de output. Al wat daar doorgaans tussen zit is altijd door de ratio beïnvloed maar moeilijk onder klare woorden te brengen. In de ongedwongen samenwerking met Klaus wordt die tussenfase van denken-dromen-nuanceren-analyseren weggewist. ‘Daarmee schakelt de actie in een grotere versnelling. En toch blijft het gevoel dat we heel goed weten waar we naartoe gaan overeind’, aldus Poelmans. Fascinerend...


Wat is trouwens een goed schilderij? En wanneer is het schilderij af?

Het komt er dus op neer om ad rem te zijn met verf. Elke prikkel wordt onmiddellijk geregistreerd. Er is geen tijd om in die tussenzone stil te staan bij bijvoorbeeld de definitie van een goed schilderij. ‘Wat is trouwens een goed schilderij?’, vraagt Tom zich af. ‘En wanneer is het schilderij af?’, is een van de hamvragen die een volbloed schilder teisteren. Echter, klare antwoorden zijn er niet; dan was het schilderverhaal al lang af.


‘We kunnen onze hersenen blijven pijnigen hieromtrent’, stelt hij. Soms wordt er teveel nagedacht. Bij het schilderen kan je wegnemen, toevoegen, schrappen, hernemen. Net die grens tussen wat af is en erover gaan is interessant. Zoals Philippe Vandenberg, een van zijn grote voorbeelden, zei: ‘een schilderij is nooit af; er is een reden om altijd weer voort te doen’.

En dat zegt veel over de duurzaamheid van dit medium. Tom Poelmans kan niet zomaar opgeven of zich overgeven aan een andere discipline. Het proces is nooit voltooid op één stuk canvas. Het moet steeds weer beter, steeds weer anders. Er is steeds weer een tekort, een teveel. Elk werk vormt de kiem van een volgende, als een paddenstoel die zijn sporen loslaat.

In weerwil van de traagheid

Onderwijl – in een oefening in het wissen van deze gedachten – pingpongt Tom verder met Klaus. Hij heeft zich goed aangepast aan dat nieuwe, helse ritme. In weerwil van de traagheid van de schilderkunst reageren ze op elkaar, heel snel en direct. Het gaat vooruit, als willen ze de traagheid een hak zetten.

En wees maar zeker, tijdens het werkproces wordt er veel gepraat (al loopt dat op een parallel spoor ) maar dat staat het werken heus niet in de weg!



Bart Vandevijvere