online magazine

Over hedendaagse kunst en samenwerken


De troost van de schoonheid

Het actuele kunstgebeuren is geen lineair gebeuren meer van opeenvolgende kunststromingen. Het principe van ‘l’art pour l’art’ of kunst die in zichzelf bestaat, verschuift naar een kunstgebeuren dat verbindt. Alles staat met alles in relatie. Esthetiek gaat samen met ethiek. ‘De troost van de schoonheid’ is een titel die zwart – wit reacties oproept maar gretig gerecupereerd wordt. Etymologisch staat troost, trust voor vertrouwen. Schoonheid verwijst naar het actuele onderzoek van de notie schoonheid en het sublieme in de hedendaagse kunst. Schoonheid kan overweldigend zijn.

De intuïtieve manier van werken van kunstenaars Laurence Demets en Tony Coopman is complementair met het intelligente denken van Robbert&Frank/Frank&Robbert.

Het gaat niet langer om outsiders of om het participatiedebat maar om een actueel kunstgebeuren waarin diversiteit wrikt aan de rand.

Over hedendaagse kunst en samenwerken



‘Gedachtengangen. Over hedendaagse kunst en samenwerken’ is een reeks van opeenvolgende gedachten over het werk van Laurence Demets, Tony Coopman en Robbert&Frank/Frank&Robbert.

De vier kunstenaars vormen een tijdelijk collectief voor het project Bloedtest. Ze zijn uitgenodigd omwille van hun gelijkaardige interesse in materialen en performance.

Lichaamstaal met talent

Laurence Demets is een straffe madame. Ze heeft een sterke persoonlijkheid, heeft uitstraling, werkkracht én een kunstenaarsattitude. In 2016 haalt ze moeiteloos de cover van het DM-magazine. Ze poseert in een trouwkleed en kijkt de toeschouwer recht in de ogen. Haar glimlach kan, met een lichte overdrijving, doorgaan voor die van de Mona Lisa: kwetsbare ogen en één mondhoek licht naar boven. Ze houdt haar typische handen tegen haar dijen aan. De woorden ‘Als ik groot ben, ga ik trouwen’ zijn in witte drukletters over haar heen geprint.

In 2017 staat ze model voor de video The Model. Tegen de achtergrond van het spiegelende water in een zwembad, staat Laurence Demets roerloos in een witte bikini. Opnieuw kijkt ze de toeschouwer recht in de ogen. De glimlach is verdwenen. Geleidelijk aan begint ze te bewegen. Een verandering van standbeen naar speelbeen, een lange zucht en het uitwringen van haar natte badpak, tonen een groeiende verveling.

Als Laurence tekent of schildert, maakt de voorbereiding deel uit van de act. Elk blad wordt zorgvuldig gekozen. De tekening van een figuur of een dier wordt uitgezet in potlood, ingekleurd en met een dikke zwarte rand omlijnd. Daarna gomt ze weg wat overbodig is en veegt het blad proper met een witte tissue. Ze kiest met een grote zorgvuldigheid teksten. Dit kan een recept uit een kookboek zijn of een fragment uit een medisch traktaat. De tekst wordt zorgvuldig naast de tekening geplaatst. Woord en beeld vullen elkaar aan.

In 2015 werkt Laurence Demets langere tijd samen met Johan Geenens en Robbert&Frank/Frank&Robbert. Naar aanleiding van de Grote Verleieding bouwen ze een totaalinstallatie in een voormalige privékliniek voor watertherapie in Kortrijk. Eén ruimte is de kamer van Laurence Demets. De ramen zijn beschilderd. De kamer baadt in het rood. Laurence heeft stokstaarten, treksprinkhanen en cryptische teksten op de muren getekend. Op het houten bed zonder matras, staat haar zelfportret. Als je de kamer betreedt, hoor je hoe ze zichzelf in slaap zingt. De andere kamers zijn de kamers van Johan Geenens en van de dokter. De hele sfeer doet denken aan een wereld van gevangenschap vol pillendozen en klinische attributen. De wensput met gouden munten in de centrale hal van de kliniek, houdt de belofte van verandering in. Een artistieke droomwereld biedt ruimte aan de kwetsbaarheid.

voorstellingen zonder script

Tony Coopman heeft het uiterlijk van een strenge veiligheidsagent en het innerlijk van een zachte dichter. Hij lijkt problemen te zoeken om ze daarna (misschien) te kunnen oplossen. Alles wat hij vindt, een kleine schroef, een kist, een stuk hout, een tak, een dode vogel of een kapotte batterij, kan materiaal voor een kunstwerk zijn. Het is verleidelijk om hem een alternatieve Panamarenko te noemen.

In 2012 werkt hij samen met kunstenaar Jonas Vansteenkiste. Ze creëren een ‘Wunderkammer’ op de groene binnentuin van een groot pand op Overleie 1 in Kortrijk. De ‘Wunderkammer’ is een labyrintische, lichte houten constructie die geleidelijk aan overwoekerd wordt door klimplanten. Het motief van de ‘mentale ruimte’ in het oeuvre van Jonas Vansteenkiste en de fascinatie voor de kleine gevonden dingen van Tony Coopman, vinden elkaar wonderwel.

In 2015 werkt hij samen met de Franse kunstenaar Stéphane Cauchy. Ze bouwen een helikopter. De vlucht speelt zich af in hun poëtische hoofden en op een klein beeldscherm, gemonteerd in de stuurcabine. Bij elk bezoek neemt Tony Coopman plaats in de helikopter en start een imaginaire vlucht. Hij voelt het publiek sterk aan en speelt hier telkens op in. Het lijken ‘voorstellingen zonder script’. In aanwezigheid van een toeschouwer, krijgt elke actie van Tony Coopman het karakter van een performance.

Zijn grote fascinatie voor beweging en machines, wapens, kistjes en hout, maken van zijn atelier een soort laboratorium. Hij piekert, denkt en observeert voortdurend: ‘ik ben een kunstenaar en heb een computer in mijn hoofd die heel snel werkt’.

Ga weg leed van de wereld

Het werk van Robbert&Frank/Frank&Robbert is een intelligente mix van (kunst)geschiedenis en actualiteit, humor en poëzie, métier en engagement. Ze maken videokunst, performances, beeldend werk en theatervoorstellingen.

In hun voorstellingen ‘TO BREAK – The window of Opportunity’ en ‘Don’t we deserve grand human projects that give us meaning?’ is de zoektocht naar zingeving een rode draad. Los van een plot of een specifiek verhaal, is elke voorstelling een gelaagde compilatie van opeenvolgende en verassende beelden. Humor en ontroering gaan hand in hand. Robbert&Frank/Frank&Robbert starten met een eenvoudig idee, een ontmoeting, een gevoel of een materiaal. Het kunstwerk is als een schaduw in hun holistisch wereldbeeld. Eenmaal gecreëerd, wordt het terug in de echte wereld geplaatst.

In een serie van kleine houten koffers maken ze draagbare kunstwerken. Elke koffer is als een Trojaans paard. De herkenbare vorm verbergt een unieke inhoud: een schrijn voor hun alter ego, een houten kist die alle religies van de hele wereld herbergt, een draagbare wensput. Elke koffer is een klein draagbaar museum, een white cube of een black box. De koffers komen tot leven in een performance op een publieke plaats.Een van de koffers klapt open en ontvouwt zich tot een groot reclamepaneel met de slogan: ‘Ga weg leed van de wereld’. Die positieve boodschap wordt verspreid en als een mantra herhaald. Zo ontstaat een netwerk van positieve energie.

NIP-test en NEP-archeologie

Voor Bloedtest bouwen de vier kunstenaars hun eigen universum. Ze hebben elkaars ateliers bezocht, elkaars alter-ego’s ontmoet en elkaars werk bekeken. Vertrekkend van het specifieke karakter van ieders werk, creëren ze een fantastische wereld: een archeologische site waarin zich shelters bevinden. In die shelters zijn objecten verborgen die verwijzen naar een wereld waar beperkingen de norm zijn. Via experimentele performance in aanwezigheid van het publiek, komt die wereld tot leven.



Els Vermeersch