online magazine

Hors catégorie: Lisi Estaràs

Voor de manier waarop ze het normale abnormaal maakt.


Zelfs bij niet-wielerliefhebbers (ze bestaan!) duikt spontaan de term ‘hors catégorie’ op bij het vallen van de naam van Lisi Estaràs. Deze choreografe maakt het zichzelf niet makkelijk en gaat op zoek naar de lastigste bergritten, telkens weer de grenzen aftastend van wat we denken te kennen. Zelf is ze allerminst ook in één categorie te vangen. Ze is geboren in Argentinië en belandde via Israël uiteindelijk in Europa. Ze danst, choreografeert, coacht en onderzoekt. Ze werkt zowel met amateur- als met professionele dansers en bijt zich vast in heel uiteenlopende thema’s en stijlen. Ze speelt met ruimte, tempo, woord, beeld en theatereffecten. Een ‘monkey mind’, zo lijkt het wel. Maar ook dat is een categorie waarin ze zich niet laat duwen.




Lisi Estaràs (°1971) combineert eerst nog studies sociaal werk met dans, maar moet keuzes maken. Gelukkig voor ons is het haar liefde voor dans die het haalt. Ze verlaat het Ballet Universitario de Cordoba en trekt naar Jerusalem. Uiteindelijk blijft ze een vijftal jaar in Israël dansen, onder meer dankzij een beurs aan Jerusalem Rubin Academy of Music and Dance. Na Israël gaat het richting Europa. In 1996 arriveert ze in Amsterdam, een jaar later werkt ze samen in Iets op Bach met les ballets C de la B in Gent, vandaag nog steeds haar uitvalsbasis. De rest is geschiedenis, zou een mens dan denken.


Producties die op mijn netvlies zijn blijven branden en vermoedelijk op dat van vele andere toeschouwers.

Mis. Lisi Estaràs als ‘gekende materie’ beschouwen is regelrecht onrecht aandoen aan haar zoektocht, zelfs al lijkt ze de laatste twintig jaar behoorlijk honkvast in onze regio verankerd. Haar palmares is alvast indrukwekkend: ze werkt samen met Alain Platel en later met Sidi Larbi Cherkaoui in producties als Wolf of Tempus Fugit. Producties die op mijn netvlies zijn blijven branden en vermoedelijk op dat van vele andere toeschouwers. Vanaf 2005 maakt ze ook eigen producties, kleinere en avondvullende, voor les ballets C de la B maar evengoed voor andere gezelschappen en huizen. Soms alleen, maar vaak samen met andere partners in crime.

Die ‘crime’ is, je raadt het al, ook weer bijzonder gevarieerd: ze onderzoekt het vastraken in de leegte, in een desolaat landschap in Patchagonia, ze capteert hyperkinetische interactie in de hypnotiserende muziek van Ravel in Bolero, ze gaat op zoek naar wat het betekent om Joods te zijn in The Jewish Connection Project, keert terug naar de oerinstincten in Sapiens, enzovoort. Oneliners die de variatie in de thema’s en aanpak van haar werk laten zien, maar die tegelijk voorbijgaan aan de variatie in de producties zelf.


“Een stuk wordt zoveel interessanter als je met verschillende mensen werkt en niet alleen maar met professionele dansers.

Eenzelfde variatie vind je terug in de dansers en kunstenaars waarmee Lisi Estaràs werkt. Zoals ze zelf aangeeft: “Een stuk wordt zoveel interessanter als je met verschillende mensen werkt en niet alleen maar met professionele dansers. Ook amateurdansers kunnen echt iets betekenen in de dansscene. Laat hen samen dansen met (semi)professionele dansers en je ziet een mooie uitwisseling tot stand komen, ook al is de combinatie in het begin meestal wennen voor iedereen.” Ze betrekt ook andere kunstenaars op scène. Zo speelt in D-EFFECT de live muzikant een al even belangrijke rol in de choreografie als de dansers.


Ik ben op zoek naar dansers die veel te bieden hebben, die niet bang zijn, die moeite willen doen en meestappen in een verhaal.

In 2016 ging ze met Monkey Mind, een coproductie van Platform K en les ballets C de la B, een nieuwe uitdaging aan: samenwerken met dansers met het syndroom van Down. “Ik voel me verwant met hen. We leven in een verwarrende wereld. Je wordt aan alle kanten geprikkeld, er schieten voortdurend allerlei gedachten door je hoofd. Mensen met het syndroom van Down hebben geen filters. Ze werken op een heel chaotische manier, heel ‘unfocused’. Net daardoor kunnen ze die mentale chaos die we allemaal wel kennen, perfect neerzetten op scène.” Toch wil ze niet generaliseren of in een hokje duwen: “Ik wil niet zomaar met mensen met het syndroom van Down werken. Ik ben op zoek naar dansers die veel te bieden hebben, die niet bang zijn, die moeite willen doen en meestappen in een verhaal.”


Ik stel wat ik zie altijd in vraag. We worden gemanipuleerd om op een bepaalde manier naar iets te kijken.

Zo’n dansers vond ze in 2018 ook in D-EFFECT, een coproductie van Passerelle, platform voor jonge dans, en vzw Wit.h. Daarin laat ze twee mannelijke dansers met het syndroom van Down samen dansen met drie jonge vrouwen. Ook hier laat ze zich niet vangen door vooroordelen en maakt ze netjes (of niet altijd zo netjes) komaf met zogenaamde grenzen en clichés: “Ik stel wat ik zie altijd in vraag. We worden gemanipuleerd om op een bepaalde manier naar iets te kijken. Zoals muziek. Je speelt een scène in stilte af en je zet daarna diezelfde scène op muziek van Bach. Wat gebeurt daar bij de toeschouwer, welk effect heeft dat? Of je laat twee mannen met het syndroom van Down samen dansen met drie mooie meisjes. Of je laat een oude/jonge man een beweging uitvoeren. Die verschillen, wat roepen die op? Eenzelfde actie krijgt meteen een andere betekenis. Of het nu om muziek, de dansers, de kleding of de enscenering gaat: je krijgt een ander verhaal.”




Dat in vraag stellen, het onderzoeken, het onbevooroordeeld kijken of liever: beseffen dat iedereen bevooroordeeld is en dat proberen te doorbreken. Als je dan toch per se een rode draad in het werk van Lisi Estaràs wil ontdekken, dan is het wel die van het experiment: “Ik grijp heel graag de kans om te experimenteren. Ik wil iets doen dat nieuw is, ik wil avontuur. Je kan al op voorhand duidelijk weten waar je naartoe wil en dan ook exact de voorstelling maken die je in je hoofd hebt. Maar ik vind dat minder interessant.”


Ik vertrek van de atmosfeer in een groep. Het duurt even om uit te zoeken hoe dansers als groep functioneren, maar na een aantal repetities begin je elkaar goed te kennen. En dan zoek je naar de juiste aanpak

“Ik werk graag met veel materiaal, ik schrijf graag in beweging. Je past je aan aan de mensen met wie je werkt. Niet alle materiaal past voor elke danser. Zeker als je heel verschillende dansers samenbrengt in één stuk, dan moet je op zoek naar manieren om het te doen werken. Ik vertrek van de atmosfeer in een groep. Het duurt even om uit te zoeken hoe dansers als groep functioneren, maar na een aantal repetities begin je elkaar goed te kennen. En dan zoek je naar de juiste aanpak om hen als groep mee te trekken in een bepaald universum. Je creëert een nieuw landschap voor hen en neemt ook je publiek daarin mee.”

Dat meenemen van het publiek gaat haar bijzonder goed af. Zelfs al heb je netjes de inleiding over het stuk gelezen en wéét je dat ze graag vooroordelen en clichés doorprikt, dan nog loop je er met open ogen in. Bij de scène in D-EFFECT bijvoorbeeld, waarin Frédéric Deschamps onbeholpen en luid ongecontroleerd begint te scanderen, zie je een deel van het publiek gegeneerd op de stoel wriemelen en hoor je een ander deel ongegeneerd lachen. Om daarna, wanneer Frédéric intiem, met expressieve stem en in foutloos Engels pakkende poëzie voordraagt, de hele zaal effenaf stil te zien vallen en de emoties feilloos te zien binnenkomen.


je kan gewoon niet anders dan bewondering hebben voor de manier waarop ze zonder angst of schroom zichzelf en onze samenleving in vraag stelt.

“Hors catégorie”, denk ik dan. Of je nu fan of geen fan bent van haar werk, je kan gewoon niet anders dan bewondering hebben voor de manier waarop ze zonder angst of schroom zichzelf en onze samenleving in vraag stelt. Voor de manier waarop ze je dwingt om in deze tijden van politiek correct denken aan den lijve te voelen dat we allemaal bevooroordeeld zijn. Voor de manier waarop ze het normale abnormaal maakt, verschillen in gelijkenissen omzet en omgekeerd. Voor de manier waarop ze het publiek laat begrijpen zonder te begrijpen en voor de manier waarop ze je met heel veel vraagtekens achterlaat. Hors catégorie: een nijdige bergrit, maar wel een die bijzonder rendeert.



Conny Van Gheluwe september 2019